Open [Nederlands]

Nu ligt de weg open.

Bestijg de trappen in je toren, alle 1001 tot aan het hoogste punt. Vanuit het hoogste raam kijk je uit over de bergen, je ziet neer op hun eeuwig witte toppen. En achter hun doet de ochtendzon de hemel ontvlammen. Is dat wat je zocht? De rode bol klimt door de sferen van het nu blauwe gewelf en stijgt ver, ver boven je hoofd, ver, ver boven de glinsterende piek van je toren. Je vervloekt de toren, de bouwmeester, de slaven. Je vervloekt jezelf, en 1001 stappen afdaling naar een laatste nederlaag van een laatste hoop. Even zit je op je troon en verteer je de bittere mislukking. Iedereen zwijgt, doodsnerveus om niet Uw toorn over zich af te roepen. Maar het zwijgen verstikt, de troonzaal is verworden tot een kerker.

De weg ligt open.

Je zult opstaan en over je verzamelde onderdanen uitkijken. Ik ben hun niet. Ze zullen zwijgen. En in die doodse stilte zul je de troonzaal verlaten, het kasteel, de vallei. De bomen dragen bloesems, de velden zwellen, maar je zult het niet zien, je oog gericht op de horizon.

Nog steeds zijn we van elkaar gescheiden.

De weg ligt open.

Je zult naar me toe komen.

Het regent, wind jaagt door de pas als een blinde god. Het ijs kruipt tevoorschijn uit de poriën van de stenen, het pad bekleed met een web van zilver. De lijnen kloppen als gloeiende aderen onder de grauwe hemel. Ze zullen je de weg wijzen, voortstuwen. Ik ben hun niet. Je zult je voeten plaatsen, daar waar het voorbestemd zou kunnen zijn. Met iedere stap knispert het pas als bladeren van kristal. Iedere voetval wordt een diepe, zware golf naar de kust aan de gene zijde. Aan het eind van de pas zul je uitkijken over de glooiende daling die voor je ligt, het bed van de horizon.

De weg ligt open.

Nacht zal het zijn wanneer je afdaalt. Onder de helderzwarte hemel strekt een woestijn zich uit. Je zult een knieval maken, je hand door het fijne grauwe zand laten glijden. Scherven van smaragd fonkelen op de stofgolven, een spiegel van een met sterren bezaaide zwarte zee. Glooiingen glinsterend poeder hechten zich aan je voeten terwijl je verder waadt. En in het midden staat een vrouw. Plotselinge windvlagen rukken aan de vodden waarin ze gekleed is. “Weet u de weg?” zul je vragen, terwijl ogen van smaragd terug staren. Ze heft een arm, en stuift weg als een ijzige adem in de nacht. Ik ben haar niet.

De weg ligt open.

Het grauwe licht van de kleine uren onthult een marmeren façade. De immense houten deuren staan op een kier. Terwijl je de hoeken en takken en bladeren van het houtsnijwerk in je opneemt zul je binnentreden. In de hal staat een man, zijn kap laag over zijn gezicht getrokken. Hij reikt je de hand, en je zult hem aannemen. Ik ben hem niet. Hij leidt je door de galerijen. In de oeroude muren van zandsteen zijn nissen uitgehold, de randen afgerond door de jaren. Een verroeste bronzen engel, missende één vleugel; Een klankschaal, gescheurd; Een rood stuk grof linnen; Een karavaan, verlaten en bedolven; Een flard van een melodie, verwrongen door een aanhoudende wind; Een roofdiertand, afgesleten; Een kleine groep kariboes, reizende over de barre grond; De wind, die door scharminkelige struiken suist; Vuur; Regen; Een zonsondergang bij heldere hemel.

De weg ligt open.

Aan het eind van de galerijen gekomen blijft de man staan. Hij wuift je vaarwel, wetende dat je verder zult gaan. De galerijen maken een ronde om de tempel, maar je zult niet bij de deuren terugkeren. De laatste nis maakt plaats voor een verduisterde gang. Je zult de weg betreden, niet ziende, maar met vaste stappen. Probleemloos zul je de hoeken en bochten aanvoelen, totdat je in het hart bent aangekomen. De duisternis vlucht voor het licht van de zon, die nu kaarsrecht boven de opening in het dak staat. Met voorzichtige stappen zal je het midden naderen. Op de grond ligt een gebroken zandloper, de vluchtige inhoud verstrooid over de aarde. Daar ben ik.

Je hoorde de slag van de klok, zichzelf verbrijzelend, om nooit weer te keren. De verwarde kolken van een gebroken zee stortten op je neer. Midden op een weg, open en gesloten in alle richtingen, als een stip om een cirkel om een bol om een


Leave a Reply